Bestel je strips vóór 14u en ontvang ze de volgende werkdag bij je thuis! Shop nu!

Interview met auteur Stefano Martino

01/09/2026

Het is 2026 en toch slachten we elkaar nog steeds af als de apen van Kubrick”

Stefano Martino over De kronieken van Atlantis, de kracht van een woordloze pagina en Gustav Holst als soundtrack bij een verdwenen beschaving

Atlantis. Al sinds Plato over het mysterieuze eilandenrijk schreef, spreekt de verdwenen beschaving tot de verbeelding. Ook die van Stefano Martino. We kennen de Italiaanse stripauteur vooral als tekenaar van o.a. De derde zoon van Rome, De Meester-Inquisiteurs, Het Orakel, Orks & Goblins en Nosferatu. Daarnaast werkte hij aan internationale franchises als Doctor Who en Stranger Things. Met De kronieken van Atlantis nam hij voor het eerst zelf het volledige roer in handen als scenarist én tekenaar.

Drie albums lang bouwde Martino aan zijn eigen versie van het legendarische rijk. Een epische fantasysaga vol oorlog, liefde en intriges, maar ook een verhaal dat onze eigen wereld een spiegel voorhoudt. Nu de trilogie compleet is, blikken we met hem terug.

Een Atlantis van negen albums

Atlantis is een van de bekendste mythes uit de geschiedenis. Wat fascineerde je aan dit onderwerp dat je er een eigen reeks aan wilde wijden?

Martino: “Daar zijn verschillende redenen voor. Wonen in een van de oudste gebieden van Europa, waar vermoedelijk ruïnes liggen die meer dan elfduizend jaar oud zijn en die nog steeds worden onderzocht, heeft mijn interesse zeker aangewakkerd. Bovendien heb ik de mythe van Atlantis altijd als een metafoor beschouwd. Het leek me interessant om, tegen de achtergrond van een avonturenverhaal, enkele thema’s aan te kaarten die ook vandaag nog relevant zijn.”

Als je één spiegel zou moeten benoemen die Atlantis onze huidige samenleving voorhoudt, welke zou dat dan zijn?

Martino: “Het oorspronkelijke project telde eigenlijk negen albums en hierin wilde ik de belangrijkste problemen van onze samenleving kritisch en zo onbevooroordeeld mogelijk bekijken. Omdat ik het verhaal moest inkorten, kon ik thema’s zoals racisme, het gebruik van technologie, geloof en religieus of politiek fanatisme slechts oppervlakkig behandelen. Het belangrijkste thema is zonder twijfel de absurditeit van oorlog. Het is 2026 en in plaats van ons te verplaatsen in vliegende auto’s en iedereen van gratis energie te voorzien, slachten we elkaar nog steeds af als de apen van Kubrick.”

Eoden, de krijger
Prijsklasse: € 12,95 tot € 24,95

Bestel

De zwarte spiegel
Prijsklasse: € 12,95 tot € 24,95

Bestel

De toorn van de slangengod
Prijsklasse: € 12,95 tot € 24,95

Pre-order

Van Eoden tot een volledige beschaving

Je bouwt een volledig eigen mythologie rond Atlantis. Hoe ben je te werk gegaan bij het creëren van die wereld?

Martino: “Ik wilde geen beelden gebruiken die ik al eerder had gezien en die al talloze keren opnieuw waren geïnterpreteerd. Daarom koos ik voor een realistische benadering. Ik was vooral gefascineerd door het verstrijken van de tijd en de manier waarop mondeling overgeleverde verhalen eerst geschiedenis en vervolgens legenden worden. Hoe zou een hoogontwikkelde samenleving eruit kunnen hebben gezien die zo ver van ons verwijderd is in de tijd? Hoeveel zaken zouden door het doorvertellen van verhalen en legendes uiteindelijk in iets totaal anders zijn veranderd?”

Wat was er eerst: Atlantis of Eoden?

Martino: “Eoden was het eerste personage dat vorm kreeg, gevolgd door de liefdesdriehoek met koningin Leyon en zijn broer Leoden. Beetje bij beetje kwamen daar de nevenpersonages en antagonisten bij. Tegelijkertijd bouwde ik de wereld op waarin de personages zich bewogen. De architectuur moest een mengeling zijn van alles wat in latere tijden zou ontstaan. Daarbij vertrok ik van het idee dat de uiteindelijke diaspora uit Atlantis ertoe zou leiden dat de verschillende stammen duizenden jaren later totaal verschillende beschavingen zouden stichten.”

De vrijheid van een eigen wereld

Met De kronieken van Atlantis nam je voor het eerst zelf het volledige roer in handen als scenarist én tekenaar. Wat betekent die creatieve vrijheid voor jou en hoe zie je ze terug in de reeks?

Martino: “Werken met je eigen personages geeft veel voldoening. Bovendien krijg je de vrijheid om jezelf uit te drukken en thema’s te verkennen die je belangrijk vindt. Ik denk dat de personages die ik creëer heel persoonlijk zijn. Ik probeer nooit in clichés te vervallen, zelfs niet binnen een genre als fantasy, dat al zo vaak is verkend en heruitgevonden. Daarnaast zijn er bepaalde verteltechnische aspecten die volgens mij herkenbaar zijn in al mijn werk. Zo vind ik het erg interessant om op bepaalde momenten de tijd als het ware uit te rekken – zoals wanneer Eoden in deel 1 op pagina 33 van zijn paard valt – om de spanning op te voeren en het verhaal op mijn eigen manier te sturen. Ook gezichtsuitdrukkingen van personages fascineren me, soms zelfs zonder dat er iets wordt gezegd. Een woordloze pagina kan nog altijd ontzettend veel vertellen.”

Wat hoop je dat lezers meenemen wanneer ze de laatste pagina omslaan?

Martino: “Ik hoop vooral dat ze ervan genoten hebben en beseffen dat de werkelijkheid voortdurend in beweging is en geen statisch gegeven. Dat reflectie en kritisch denken essentieel zijn. Maar zelfs als ze zich gewoon geamuseerd hebben, zou dat voor mij al een succes zijn.”

En stel dat Plato vandaag die laatste pagina zou omslaan. Wat zou hij ervan vinden?

Martino: “Eerlijk gezegd weet ik het niet. Misschien zou hij geïnteresseerd en geïntrigeerd zijn door deze manier van verhalen vertellen, waarin beeld en tekst samenkomen. Strips zijn tenslotte een jonge kunstvorm in vergelijking met muziek en schilderkunst. Misschien zouden we Plato vandaag wel strips of Netflixseries zien schrijven. Maar waarschijnlijker is dat hij zich teleurgesteld zou terugtrekken op een berg, omdat de mensheid sinds zijn tijd blijkbaar niets heeft bijgeleerd.”

Kunst als tweede natuur

Hoe is je passie voor strips ontstaan?

Martino: “Ik herinner me mijn eerste strip nog heel goed. Het was een volledig verhaal, met echte vakjes en opeenvolgende scènes. Een man valt per ongeluk in een kloof en ontdekt dat er onder de grond een samenleving van reptielen leeft. Ze zetten de achtervolging in, maar uiteindelijk wordt hij wakker: het was allemaal maar een droom. We krijgen zijn gezicht niet te zien. Hij kleedt zich aan en vertrekt naar zijn werk. En dan, in het laatste plaatje, volgt de verrassende ontknoping: hij en alle anderen blijken zelf reptielen te zijn. Ik was pas acht. Welk ander beroep had ik kunnen kiezen? (lacht) Ik denk dat strips en tekenen er eigenlijk altijd zijn geweest. Bovendien hielpen tekenen en verhalen vertellen me om een moeilijke thuissituatie met een gewelddadige ouder door te komen.”

Heeft die ervaring ook bepaald wat tekenen en verhalen vertellen vandaag voor jou betekenen?

Martino: “Zonder twijfel. Voor mij is het leven vandaag onlosmakelijk verbonden met schrijven en tekenen, met muziek, film en kunst in het algemeen.”

Welke rol speelt muziek?

Martino: “Muziek is voor mij sowieso onmisbaar. Pink Floyd begeleidt me bijna altijd tijdens het werken, en Shine On You Crazy Diamond in het bijzonder blijft me inspireren. Tegenwoordig componeer ik ook soundtracks voor mijn strips: de muziek ontstaat bijna tegelijk met het scenario – soms alleen in mijn hoofd, want ik heb niet altijd de tijd om alles uit te werken. Bij The Painted Crime, mijn meest recente project, een noirverhaal dat zich afspeelt in het Los Angeles van 1948, werkte ik vanaf het begin tegelijkertijd aan de muziek, omdat die deel uitmaakte van het immersieve concept van het project. De nummers worden uiteindelijk uitgevoerd door een heel diverse groep mensen die verspreid over Europa wonen. Dat maakt het proces natuurlijk een stuk tijdrovender. Voor mij was het belangrijk dat de strip kort vóór het muziekalbum zou verschijnen.”

Dan moeten we het natuurlijk vragen: welke muziek hoorde voor jou bij De kronieken van Atlantis?

Martino: “Tijdens het schrijven en tekenen was mijn soundtrack The Planets van Gustav Holst, een klassieke compositie uit 1917. Het is muziek waar componisten als John Williams en James Horner al rijkelijk uit hebben geput, maar die nog altijd een spirituele energie en emotionele kracht bezit die perfect paste bij het verhaal waaraan ik werkte. Ik raad iedereen aan ernaar te luisteren, zelfs zonder de strip erbij. Het is werkelijk een meesterwerk: veel minder bekend bij het grote publiek dan het verdient te zijn en bovendien bijzonder modern.”

Met zo veel ideeën: heb je dan nooit last van artistieke blokkade?

Martino: “Ik moet geluk hebben, want bij mij is het probleem precies het tegenovergestelde. Ik heb moeite om de stortvloed aan ideeën en verhalen die in me opkomen bij te houden. Ik zou niet genoeg levens hebben om ze allemaal uit te werken, zelfs als uitgevers altijd ja zouden zeggen – wat natuurlijk niet het geval is. In de zeldzame, héél zeldzame gevallen dat het even niet wil lukken, kijk ik naar een klassieke film of lees ik wat. Meestal volstaan een paar uur om mijn batterijen weer op te laden.”

En waar krijgen die ideeën allemaal vorm?

Martino: “Sinds kort werk ik in een eigen atelier in een boekhandel. Daarvoor heb ik altijd thuisgewerkt, in alle mogelijke omstandigheden. Dit is de eerste keer dat ik een netjes opgeruimde boekenkast heb, mijn potloden geordend zijn en mijn computer helemaal up-to-date is.”

Voor Atlantis blijft het voorlopig bij drie albums. Voor Martino zelf is het einde nog lang niet in zicht. Met meer ideeën dan één mensenleven aankan, een nieuw atelier tussen de boeken en muziek binnen handbereik, liggen er alweer genoeg nieuwe werelden te wachten.

Bedankt, Stefano, voor dit interview!

The Big Five volgens Stefano

Grote steun
Mijn vrouw. Het gaat dan niet om één specifiek advies, maar om vele adviezen.
Grote portie
Tortilla de patatas.
Grote inspiratie
Moebius, Buscema, Druillet, Lauffray, Alex Toth … kunstenaars met een heel eigen stijl die bovendien bijzonder sterke vertellers zijn.
Grote ontsnapping
Aan boord van de Enterprise, onder het bevel van kapitein Picard.
Grote droom
Mijn werk publiceren in Japan. Geen manga, maar echte BD. Ik ben ervan overtuigd dat het Japanse publiek dat zou weten te waarderen.