Bestel je strips vóór 14u en ontvang ze de volgende werkdag bij je thuis! Shop nu!

Interview met tekenaar Éric Stalner

15/06/2026

“Is wat hij meemaakt echt, of is het zijn fantasie? Soms is het aan de lezer om de innerlijke waanzin van Baldus te onderscheiden van de werkelijkheid.”

Voor Éric Stalner is De grote pest in essentie één doorlopend verhaal. Het tweeluik voelt voor hem als één geheel. “Als ik het vandaag zou maken, zou ik één dik boek van 150 à 200 pagina’s maken”. Toch zit net in die opsplitsing een belangrijke nuance: het eerste deel introduceert vooral de hoofdpersonages, Baldus en Alice, en volgt hun afzonderlijke trajecten, terwijl ze in het tweede deel samenkomen en naar de ontknoping worden geleid.

De grens tussen waanzin en werkelijkheid

“Wat telt, is de ontwikkeling van de personages,” zegt Stalner. Eén scène blijft hem in het bijzonder bij: de grot, waar een skelet tot leven komt en Baldus definitief ten prooi valt aan zijn eigen fantasieën.

Die spanning tussen realiteit en verbeelding vormt ook één van de meest uitdagende aspecten van het tekenen van De grote pest. Vooral de fases van ontsporing bij Baldus waren intens om uit te werken. “Het overbrengen van moorddadige waanzin op zijn gezicht, en de angst bij de anderen tegenover hem, is moeilijk, maar ongelooflijk krachtig wanneer het lukt,” oppert Stalner. Voor hem is het net die dubbelheid die het verhaal kracht geeft. “Soms is het aan de lezer om dat te ontleden.”

Ritme op de pagina

In zijn beeldtaal volgt Stalner geen vast stramien. “Ik verplaats me in de lezer, die soms behoefte heeft aan een totaalbeeld, om even afstand te nemen van de situatie,” zegt hij.

Hij zoekt daarbij bewust naar variatie en ritme in zijn pagina’s. “Ik hou ervan om te spelen met grote, kleine en middelgrote kaders, om snelle en dynamische afwisselingen te creëren. Ook al is mijn tekenstijl klassiek, ik probeer mijn paginaverdeling niet te klassiek te maken. Als die verdeling vloeiend is en je wordt meegesleept in de actie, dan is het geslaagd.”

Hij werkt vaak ook intuïtief en laat zijn gevoel bepalen hoe een scène wordt opgebouwd. “Als ik zin heb om een grote prent te tekenen, dan doe ik dat.” Dat intuïtieve werken heeft ook een keerzijde. Stalner tekent snel, ‘misschien te snel’, zoals hij zelf aangeeft, omdat hij het nodig heeft om vooruitgang te voelen en in het verhaal te blijven. Hij springt geregeld van de ene pagina naar de andere om details pas later af te werken. Af is het voor hem echter nooit. “Wanneer ik het album gedrukt zie, zie ik vooral de fouten,” verzucht hij.

Zoeken naar de juiste vorm

Voor De grote pest werkt Stalner nauw samen met scenarist Cédric Simon. “Ik heb volledige vrijheid, omdat ik naast tekenaar ook co-scenarist ben,” zegt hij. Die autonomie is voor hem een voorwaarde: zelfs wanneer hij enkel als tekenaar betrokken is, neemt hij alleen projecten aan waarin hij die ruimte krijgt.

Die behoefte aan vrijheid hangt nauw samen met zijn visie op het medium. Voor Stalner is strip in de eerste plaats een visuele kunstvorm waarin de maker de lezer stuurt via subtiele keuzes in beeld en opbouw. Hij ziet het als een medium dat op het eerste gezicht eenvoudig lijkt, maar in werkelijkheid doordacht is opgebouwd. “Toen ik begon, dacht ik dat ik na vijf jaar alles zou weten,” vertelt hij. “Dertig jaar later besef ik dat ik nog veel te leren heb.” Het zoeken naar de juiste manier om iets uit te drukken blijft voor hem een voortdurend proces.

Niet de feiten, maar de mens

Ook in zijn benadering van De grote pest speelt die zoektocht een rol. Hoewel het verhaal zich afspeelt in een specifieke historische context, ligt de nadruk voor hem niet enkel op feitelijke juistheid, maar vooral op de menselijke reactie binnen die context. “De feiten kloppen, maar wat mij interesseerde, was de reactie van een mens.” In een periode waarin velen geloven dat het einde van de wereld nabij is, wordt waanzin volgens Stalner bijna een logische uitkomst. En net die menselijke dimensie vormt de kern van het verhaal.

De vierde ruiter
 29,95

Bestel

Van toeval naar drang

Zijn artistieke invloeden liggen zowel in de Amerikaanse striptraditie als in het Europese werk. De jonge Stalner leest vooral auteurs uit Strange en Marvel, later gevolgd door namen als Druillet, Bilal en Moebius. Toch noemt hij ook Bourgeon en Juillard, kunstenaars die hem mee hebben gevormd, expliciet als belangrijke inspiratiebronnen.

Hoewel hij van jongs af aan geïnspireerd wordt, begint zijn carrière als tekenaar eerder toevallig. Via een contact bij uitgeverij Glénat komt hij, samen met zijn broer, in aanraking met een scenarist, wat leidt tot zijn eerste reeks. Sindsdien is tekenen voor hem uitgegroeid tot een constante, bijna instinctieve bezigheid.

Die drang vertaalt zich ook in zijn manier van werken. “Ik heb geen last van blokkades, maar ergens vind ik dat jammer. Mijn drang om vooruit te gaan zorgt ervoor dat ik obstakels soms te snel omzeil.” In zijn werkritme komt die houding duidelijk naar voren. “Ik word vaak heel vroeg wakker, slaap weinig en denk maar aan één ding: tekenen. Ik zit vaak al vanaf zes uur aan mijn tekentafel. Ik werk elke dag, maar uit plezier, nooit uit verplichting.”

Het doolhof en de oorlog
 32,95

Bestel