“Volgens mij heeft de mens geprobeerd alcohol te maken uit alles dat groeit, maar de kolokwint is daarbij schromelijk over het hoofd gezien.”
Al dertig jaar vaart Het Narrenschip onverstoorbaar door de (Gek)wateren van de stripwereld, met aan boord onder meer koning Clément, Baltimore, de Groot-Coördinator en een hele reeks onwaarschijnlijke personages. In het negende album krijgen onze antihelden bovendien af te rekenen met een invasie van reuzenkalkoenen… Reden genoeg dus voor een interview met de geestelijke vader van Het Narrenschip: Turf.
Naar aanleiding van het 9de deel van Het Narrenschip verscheen dit interview in De Pluim #8.
De reeks bestaat vandaag 30 jaar. Weet je nog hoe het idee voor de reeks is ontstaan?
Turf: De titel heb ik geleend van een doek van Jheronimus Bosch. Toen ik studeerde aan de Beaux-Arts in Angoulême heb ik zijn werk gebruikt als inspiratiebron. Ik had daarnaast zin om ‘een persoonlijke wereld te scheppen’, een universum dat je niet zag in de stripverhalen in die tijd. Daarom heb ik allerlei soorten voertuigen, meubels en kledij verzonnen, en gespeeld met de bladschikking. Ik wilde dat de beelden vernieuwend waren qua vorm en qua inhoud. Hetzelfde geldt voor de manier van vertellen. Ik werk met scènes van een tot drie pagina’s, waarbij de sfeer telkens verandert zodat het verhaal bestaat uit een opeenvolging van kleine taferelen.
Het Narrenschip is een waanzinnig avontuur. Heb je dan van bij het begin het hele scenario in je hoofd?
Turf: Bijna! Het begin en het einde, en de belangrijkste momenten uit het verhaal zitten in mijn hoofd. Maar… ik vind het fijn dat er niets op voorhand op papier staat. Ik ontdek mijn verhaal terwijl ik het teken. Dat lijkt misschien ‘niet zo professioneel’ als methode, maar zo doe ik het al dertig jaar. Het werkt goed en op die manier kan ik al doende nog nieuwe elementen toevoegen. De motor van mijn creativiteit komt pas echt op gang als ik dialogen schrijf en ideeën bedenk.
De sfeer, de rocamboleske elementen… alles heeft zijn plaats in het verhaal, dat lijkt me niet zo gemakkelijk. Waar haal je je inspiratie?
Turf: Toen ik aan deel 1 begon, heb ik schetsen gebruikt die ik had getekend tijdens mijn studententijd. Het waren tekeningen die geen verband hielden met elkaar, maar die samen toch een samenhangend universum vormden. Je moet weten dat ik nagenoeg zonder documentatie of foto’s werk. Ik probeer alles uit mijn hoofd te tekenen, maar soms blader ik wel in een boekje als ik, bijvoorbeeld, een wapenrusting of een ding moet tekenen dat ik niet ken. Maar het komt zelden voor, het liefst teken ik vormen en voorwerpen die uit mijn verbeelding komen. Als er een nieuw personage of een nieuw voertuig opduikt in mijn verhaal, werk ik ze eerst uit voor ik ze hun opwachting laat maken op de plaat.
Mijn personages zijn in elk geval niet gebaseerd op bestaande personen. Dat zou ik verschrikkelijk vinden, tekenen op basis van foto’s. Ik heb het liefst dat de personages ontstaan uit mijn potloodstrepen. En ik hoop dat niemand die ik ken eruitziet als de Groot-Coördinator. (lacht)
“Ik werk eigenlijk niet zo graag aan de computer en ik ga met heel veel plezier de uitdaging van het witte blad aan…”
In dit negende deel vindt er een heuse kalkoeninvasie plaats in Gekwater, waarom kalkoenen?
Turf: Die vraag kan ik moeilijk beantwoorden zonder te veel te verklappen over het vervolg! Laten we zeggen dat de kalkoenen een belangrijke rol hebben. Ik heb kalkoenen gekozen vanwege het uitzicht van hun kop. Hun rimpelige vel is fascinerend en door die afzichtelijke rode kop krijgen ze iets monsterlijks, iets angstwekkends, terwijl het eigenlijk rustige dieren zijn. Ik cast ze – zoals de Smurfen in de eerste cyclus van Het Narrenschip –zo’n beetje in een rol die niet bij hen past, als agressieve beesten die het koninkrijk terroriseren. (lacht)
Wie is je favoriete personage van de reeks?
Turf: Ik hou van al mijn personages! Ik hou van de dualiteit van de paren die ze vormen. Door de dialogen kan ik spelen met hun vele karaktertrekken. Ik vind het geweldig als hun gesprekken leiden tot goede woordspelletjes, verbale steekspelen en gags…
Ik heb wel een voorkeur voor slechteriken… Ambrosius, Vos, Vermeend… maar het personage dat ik het liefst heb, en met wie ik me wel kan identificeren, blijft toch Baltimore. We lijken ook wel op elkaar. Hij slaapt graag, hij ondergaat de gebeurtenissen eerder dan dat hij ze uitlokt, hij is een beetje een bangerik, zijn liefdes zijn platonisch, hij is aardig, hij drinkt graag een glaasje, hij is wat onhandig, hij heeft geen geluk, hij krijgt niet graag bevelen, hij heeft vaak gelijk… En zo zit ik ook in elkaar, ongeveer! (lacht)
“Mijn droom is al werkelijkheid geworden. Het is echt een plezier elke dag op te staan om mijn verhaal te vertellen en mijn kleine koninkrijkje tot leven te brengen.”
Het Narrenschip is een cult-reeks, met een trouw publiek. Je had dit jaar een expo in Angoulême (2023, n.v.d.r.), waar je zelf ook kwam signeren.
Turf: Ja, ik heb naast de reeks ook een heleboel afgeleide producten gemaakt, geïnspireerd op de wereld van Gekwater (puzzels, papertoys, etc.) Ik probeer er nog iets ludieker van te maken dan wat je in het album vindt. Alle speeltjes die ik heb gemaakt, hebben een vintage kantje. Ze lijken op het speelgoed uit mijn kindertijd. Ik ben geboren aan het eind van de jaren 60, ik las Pif Gadget (een Frans stripmagazine, red.). In die tijd amuseerden we ons met niemendalletjes. Sommige lezers lijken de rood-wit-gestreepte merchandising wel leuk te vinden. Die voorwerpen uitwerken is heel ontspannend en ook heel anders dan de routine van het tekenen. En als ik er wat lezers een plezier mee doe…
Hoe ga je te werk? Met een leeg papier en een potlood?
Turf: Ik werk op de manier van vroeger. Papier, potloden, rotring, kleureninkt en collages. Maar ik gebruik ook wel Photoshop voor een paar effectjes om het album af te werken. Voor typografie in de tekening, namelijk (bv. tekst op affiches, POLICE op de voertuigen…). Ik werk eigenlijk niet zo graag aan de computer en ik ga met heel veel plezier de uitdaging van het witte blad aan…
De wereld van Gekwater is heel specifiek, de kleding ook, de rood-witte outfits zijn zo herkenbaar.
Turf: Ik probeer ook de inkleuring narratief te maken. Ik maak een strip, geen illustratie, de personages moeten dus makkelijk herkenbaar zijn in het beeld. Daarom zit er zelden variatie in de kleuren van hun kledij, zelfs als de omgeving verandert. Alleen het rood van de wachter wordt minder fel in nachtscènes. Ik werk zelden met gemengde kleuren. De kleding is in uitgesproken, felle kleuren zodat de personages afsteken tegen de achtergrond. Nu en dan creëer ik een fraai herfsttafereel en dan voeg ik mijn politieagenten toe met hun veelkleurige uniform en plots… hoort dat fraaie tafereel thuis in de wereld van Het Narrenschip!
De illegale kweek van kolokwinten – ook wel ‘kolokwintenkweek’ – is een element dat weleens terugkeert. Hoe bedenk je zoiets?
Turf: Ik vond dat wel een leuk woord, kolokwint. Ik heb vroeger Le voleur de coloquintes (‘De kolokwintendief’) gelezen, maar ik had er nog nooit een gezien. In die tijd was mijn enige documentatiebron een oud Larousse-woordenboek, dus ik dacht dat dat fruit een dertigtal centimeter groot was (als een grote watermeloen). Voor mijn verhaal heb ik dan besloten er komkommerachtigen van een meter van te maken. Toen het eerste album verscheen, heb ik er een paar gekregen van lezers, en ontdekte ik tot mijn verrassing dat ze maar een tiental centimeter groot zijn. (lacht) Ik heb dat fruit ook gekozen omdat het een motief met lijnen en stippen heeft.
Volgens mij heeft de mens geprobeerd alcohol te maken uit alles dat groeit, maar de kolokwint is daarbij schromelijk over het hoofd gezien. Die vergetelheid heb ik rechtgezet! Maar brouw er thuis niets mee, want naar het schijnt heeft de consumptie een laxerend effect… (lacht)
Wat is je droom voor Het Narrenschip, en voor koning Clément in het bijzonder?
Turf: Mijn droom is al werkelijkheid geworden. Het is echt een plezier elke dag op te staan om mijn verhaal te vertellen en mijn kleine koninkrijkje tot leven te brengen. Verder? Wat meer lezers vinden, een televisiereeks of een film. Maar is dat wel nuttig voor mijn goeie ouwe koning? (lacht)
