Een zoektocht naar de godin in De wijsheid van mythes
De Griekse mythologie verhaalt over goden, helden en hun avonturen. Maar waar begin je als je daarin je weg probeert te vinden? Bij Aphrodite, bijvoorbeeld. De godin van de liefde krijgt haar eigen tweeluik binnen de collectie De wijsheid van de mythes.
Onze stagiair Helder dook in de Griekse mythologie, legde de verschenen albums uit de collectie naast elkaar en ging op zoek naar Aphrodite. Hij kwam terug met een mythologische tijdlijn én enkele opvallende ontdekkingen.
Verdwaald in het web
Sinds de lessen Latijn en Geschiedenis op de middelbare school ben ik de Griekse mythologie wat uit het oog verloren. Wie waren al die helden? Wat was dat gedoe rond die gouden appel? Wie waren de pionnen op het spelbord van de Trojaanse Oorlog? Al snel bleek de mythologie ingewikkelder dan ik me herinnerde. Ze is een web van honderden met elkaar verweven verhalen en personages. En wie daarin verstrikt raakt, komt er niet zo snel weer uit.
Met Aphrodite als vertrekpunt besloot ik de verhalen opnieuw te ontdekken. Voor mezelf, maar ook voor iedereen die het bij al die namen in Keulen hoort donderen. En daar heeft Zeus voor één keer niets mee te maken.
In Uit schuim geboren krijgt voor het eerst een godheid een eigen cyclus binnen De wijsheid van mythes. Voordien draaide de collectie vooral rond helden en stervelingen als Odysseus, Herakles, Theseus en Orpheus. Daarin spelen de goden wel een grote rol, maar vooral van op afstand: met hun grillen en wensen sturen ze plot en personages. Nu staat de godin Aphrodite zelf in het middelpunt van de belangstelling, van haar bloederige ‘conceptie’ tot haar invloed op de Trojaanse Oorlog.
Aphrodite
Het eerste album, Uit schuim geboren, begint bij het vruchtbare huwelijk tussen aardgodin Gaia en hemelgod Ouranos. Vruchtbaar slaat dan vooral op het aantal kinderen dat Ouranos bij Gaia verwekt. Haar kroost zit steeds dichter opeengepakt onder de grond. Zowel Gaia als haar kinderen, de titanen en cyclopen, willen dat dit stopt. De meest logische optie in een tijd zonder relatietherapeuten of anticonceptie? Genitale verminking. Kronos, de jongste van de titanen, neemt als enige dit karwei op zich en ‘ontmant’ zijn vader Ouranos, wiens bloed en zaad vervolgens de wereld overspoelen. Het lid in kwestie valt in de zee en uit het schuim stapt de mooie Aphrodite.
Nu de titel verklaard is, gaat er heel wat tijd voorbij. Aphrodite krijgt haar eigen disfunctionele huwelijk met de kreupele smid en ambachtsgod Hephaistos. Hoewel hij niet onaantrekkelijk wordt afgebeeld, kijken de ogen van Aphrodite liever naar Ares, de oorlogsgod. Een vurige affaire is onvermijdelijk. Hephaistos wordt ingelicht door Helios, de zonnegod die vanuit de hemel alles ziet. De smid is razend en smeedt een plan. Letterlijk, want hij maakt een net waarin hij de twee geliefden samen in bed vangt. Daarna roept hij de andere goden bijeen om het ontrouwe schouwspel te bekijken. Waar hij op sympathie hoopte, krijgt hij vooral spot en jaloezie. Daarbovenop nog een waarschuwing van oppergod Zeus om zulke praktijken voortaan privé te houden. Een fraai voorbeeld van hoe zo’n zaken in Olympos lopen. Daarmee is de echtscheiding een feit, maar voor Zeus is het duidelijk nog niet gedaan.
Wat volgt, is een herder op Cyprus met een nacht vol geluk, maar een leven vol ongeluk. Een profetie, een bliksemschicht van Zeus en een van de bloedigste conflicten uit de Griekse mythologie. En dan begint het verhaal van Aphrodite eigenlijk nog maar pas.
Het web: waar is Aphrodite?
Om te weten waar Aphrodite nog verschijnt, dook ik in het fysieke archief om alle verschenen albums van De wijsheid van mythes te lezen, en in de krochten van het internet om verschillende versies van de mythen te vergelijken. Het werd een heuse archeologische expeditie, met heel wat kruisverwijzingen en analyses.
Het resultaat is deze tijdlijn. Een sluitende chronologie van de Griekse mythologie bestaat niet: verhalen overlappen, helden duiken op in elkaars avonturen en elke bron vertelt het net iets anders. De tijdlijn draait dus niet om de exacte volgorde van de gebeurtenissen, maar om Aphrodite zelf: per verschenen album zie je of ze een actieve rol speelt, enkel vermeld wordt, weggelaten is of helemaal niet voorkomt.
Wat meteen opvalt: hoewel Aphrodite in de Griekse mythologie een belangrijke rol speelt, laten veel stripalbums haar weg. In Theseus wordt Phaidra, de nieuwe vrouw van Theseus, ‘vanzelf’ verliefd op haar stiefzoon Hippolytos. In de klassieke versie is dat de wraak van Aphrodite, omdat Hippolytos weigerde haar te vereren. Hetzelfde gebeurt in Iason: Medeia wordt op slag verliefd op de held, terwijl het in een van de originele mythen Aphrodites zoon Eros is die haar op vraag van Hera met een liefdespijl raakt. Die verliefdheden passen op zich gewoon in de verhalen. Goddelijke invloed is niet altijd nodig om iemand verliefd te laten worden. Al is die er gelukkig wel wanneer het om een witte stier gaat: in het stripalbum Daedalus en Icarus is het Poseidon die koningin Pasiphaë verliefd maakt op het dier, terwijl in sommige versies van de mythe dit ook het werk is van Aphrodite.
Ook in De Odyssee valt ze weg: het lied over haar affaire met Ares, gezongen aan het hof van de Phaiaken, haalt het album niet. Alleen in het nawoord van Luc Ferry duikt ze op. Wie dat verhaal toch wil lezen, vindt het terug in Uit schuim geboren. In Tantalos en Herakles speelt ze dan weer in de mythe zelf geen rol.
In De Ilias, op het goddelijke schaakbord van Troje, is het een ander verhaal. Daar staat de liefdesgodin zeer centraal. De stripalbums tonen dat ook duidelijk: haar belofte aan Paris bij de twistappel, haar tussenkomst op het slagveld en de rol van haar magische gordel.
Een eeuwenoude mythe op papier
Wat mij het meest bijblijft, is hoe Uit schuim geboren een eeuwenoude mythe tot leven brengt. Van de bloederige ‘ontmanning’ tot de godenberg Olympos en de glooiende velden van Cyprus: alles is gedetailleerd en indrukwekkend getekend. Een brede, abstracte vertelling wordt zo persoonlijker en tastbaarder. Je ziet goden met elkaar in discussie, hun gelaatsuitdrukkingen en lichaamstaal, maar ook de pracht en praal van de Olympos. In de lessen Latijn en geschiedenis kwamen deze verhalen veel eenvoudiger en stugger aan bod. Hier krijgen de personages eindelijk een gezicht, het plot een vaart.
Het album sluit af met een informatiekatern van Luc Ferry. De filosoof en voormalige Franse minister van Onderwijs geeft er zijn eigen versie van de mythe, aangevuld met extra uitleg en vertalingen van de oorspronkelijke bronnen. Ook bij de andere albums uit de reeks hielpen die katernen me meer dan eens verder: zo weet ik nu eindelijk waar het bekende schilderij van Hylas en de nimfen vandaan komt, of wat de term ‘Homerisch gelach’ betekent.
En dat brengt me terug bij mijn zoektocht. De Griekse mythologie is geen vastomlijnd geheel. Mythen werden eeuwenlang doorverteld en bestaan in verschillende versies, en elke hervertelling legt andere accenten. Dat geldt ook voor de stripbewerkingen: waar Aphrodite in de ene cyclus de touwtjes in handen heeft, verdwijnt ze in de andere naar de achtergrond. Wie na het lezen nieuwsgierig blijft, kan dankzij de informatiekaternen van Luc Ferry nog dieper in de mythologie duiken. En ik? Ik kijk alvast uit naar het tweede deel van Aphrodite, want haar verhaal en is nog lang niet af.
